2015: het jaar van de inkeer over de apps

2015: het jaar van de inkeer over de apps

In de voorbijgaande jaren moest alles en iedereen zijn eigen “app” hebben. Kranten verschenen niet meer op websites, maar werden apps. Maak van iets waarvoor de belangstelling maar lauw is, een app, en het succes is verzekerd, zo leek de teneur.

Maar in 2015 kwam daar toch een kentering in. En het is Apple dat eigenlijk voor die kentering gezorgd heeft. IN het begin was het simpel voor alle ontwikkelaars: een “app”, dat was enkel voor de iPhone en dus voor het iOS besturingssysteem, en er was maar één schermgrootte waarmee rekening gehouden moest worden. Maar toen kwam Google met zijn Android OS, en werden de zaken al wat ingewikkelder, want de ontwikkelaars moesten hun app ook voor Android gaan schrijven. Tot overmaat van ramp moesten de iOS-apps zelf in verschillende groottes gemaakt worden: voor de grote iPhone6, voor de iPad mini, en dan ook nog eens voor de grote iPad Pro. De aantrekkingskracht van de “simpelheid” om apps (voor iOS) te ontwikkelen was gedaan.

Het bleek ook dat apps toch niet de goudmijn bleken die voorspeld was. Duurder dan 5 euro wou geen enkele gebruiker betalen voor zijn app, en dus loonden die apps ook niet echt. Bovendien waren er massa’s apps in de app stores, waarvan slechts enkele de gebruiker konden bekoren. Meer nog: de apps die het meeste succes hadden, waren niet ontwikkeld door onafhankelijke ontwikkelaars, maar door Twitter, Facebook en Co.

Om deze trend te illustreren, drie interessante artikels.

Bij Quirksmode draait de vraag over web vs. native apps, met dan vooral de nadruk op webapps. De auteur stelt dat webapps nooit native apps kunnen vervangen. Een native app praat rechtstreeks tot het besturingssysteem. Een webapp praat tot de browser, die de opdrachten dan doorgeeft aan het OS. Een extra laag dus. Bovendien hebben vele ontwikkelaars de onhebbelijke gewoonte om de heldere gebruiksinterface van de browser weg te kapen voor hun eigen fantasietjes: zij kapen de scrollbalk weg, het selecteren van links, het laden, om dit te vervangen door eigen uitvindingen die traag en buggy zijn. (1)

AtavistInsider vertelt dan weer dat het, na jaren zijn strategie uitgebouwd te hebben rond een app, die de verhalen van deze uitgever bevat, het nu terugkeert naar het web. Gewoon omdat HTML5 en Javascript het de uitgevers mogelijk maakte om in een webbrowser de verhalen in een mooie lay-out te schikken, die op àlle toestellen werkt. Gedaan met apps die tot bepaalde schermresoluties of bepaalde besturingssystemen beperkt zijn (2)

En tot slot nog enkele cijfers. Bij Wall Street Journal lees je dat websites een groter publiek lokken, maar dat de gebruikers meer tijd doorbrengen in apps. En dan vooral apps die niet aparte onafhankelijke diensten vertegenwoordigen, maar wel apps zoals Facebook, YouTube, Facebook Messenger, Google Search…(3)

Dingen om over na te denken.